Hoofdstuk 3

De Aarde die groeit.

Wetende waar alle energie vandaan komt gaan we nu over naar het spannendste deel van Natuurkunde versie 2.0.

Onze verste kennis van de aarde gaan terug tot 230 miljoen jaar geleden. In die tijd was de aarde op zijn best. De verhouding van water, zuurstof en stikstof waren zo aanwezig dat bomen en planten konden groeien tot aan de wolken. Beetje overdreven, toch staat het vast dat op heel veel plaatsen van de wereld de hoeveelheid planten ongekend zou zijn. Wanneer je dit berekent over de tijd dat onze olie en gas voorraden zijn ontstaan, moeten er vele lagen van begroeiing hebben plaatsgevonden. Grotere bomen en planten dan nu en waarschijnlijk ook met veel grotere bladeren. Dat er grotere bladeren waren en weinig hout structuur, maken we op uit de kiezen van dinosaurussen.

Onze zwaartekracht staat in verhouding met de totale massa van de aarde.

65 miljoen jaar geleden was de aarde minimaal 2 kilometer minder dik. Op deze diepte vinden we nu de meeste olie en gas. Nu is natuurlijk het antwoord hierop gegeven als corrosie. Daar heb ik geen probleem mee, er zijn namelijk nog veel meer aanwijzingen dat de aarde in omvang en gewicht is toegenomen.

De grote dieren (dinosaurussen) zijn zo 65 miljoen uitgestorven op een klein aantal walvissen na, die in het water leven. Wanneer het zo is dat de aarde altijd groter wordt dan is het logisch dat zware dieren en grote planten zonder veel hout nog langer konden overleven. De wereld herstelde met kleinere planten soorten en kleinere dieren die zich tot de dag van vandaag aanpassen aan hun leefomgeving.

Mijn dochter deed een proefje van school. Op een ballon moest zij de wereld tekenen. Wat de proef aantoont is dat met het opblazen van de ballon de continenten steeds verder uit elkaar komen te liggen.

Het vermoeden is dan ook dat als de aarde groeit dit van binnenuit is en onder invloed van heel veel energie.