Hoofdstuk 1

Het elektromagnetisch spectrum.

Als vast onderdeel in de natuurkunde is het elektromagnetisch spectrum. Als geheugen steuntje, dit was die tekening waarin de golflengte verraders en van gammastraling tot aan licht en radio golflengtes. De lichtsnelheid zou constant zijn zo’n 300.000 kilometer in 1 seconde. Zelf heb ik hier een probleempje mee. Vooral met de snelheid van het licht en met name het reflecterende licht. Het lijkt erop dat een lichtbron zich gedraagt zoals voorspeld in het elektromagnetisch spectrum. Onze zon straalt een deel zichtbaar licht uit. Het is te berekenen met welke tijd het onze planeet zou bereiken. Elke keer wanneer de afstand verdubbelt, halveert het vermogen (lichtintensiteit). Deze natuurkunde wet staat eigenlijk vast en gebruiken we om het vermogen te bepalen van een lichtbron. Maar er is iets vreemds aan de hand. Stel ik heb een hele kleine lichtbron op een grote afstand. De lichtbron is een kaars die een krant verlicht. Nu lijkt het er op, met de ontwikkeling van telescopen, dat er geen beperking is aan het vergroten. Elke keer dat er een betere telescoop wordt ontwikkeld, is het net alsof we verder kunnen kijken. Onderwerpen die maar met weinig licht worden aangestraald zijn toch zichtbaar, ook op zeer grote afstanden. Die krant op grote afstand van ons voorbeeld zou in theorie te lezen zijn. Maar dan klopt er iets niet in de huidige natuurkunde. Wanneer de afstand verdubbelt zou het licht halveren. Dit geldt echter enkel voor een lichtbron en niet voor reflecterend licht.

Ik ben fotograaf en meet dagelijks het licht voordat ik een foto kan maken. Met een losse lichtmeter, meet ik het opvallende licht van het te fotograferen object. De geregistreerde waarde neem ik over in de fotocamera. Vervolgens maakt het niet uit vanaf welke positie ik de opnames maak. De afstand tussen fotocamera en het object heeft geen invloed op de foto. Enkel de afstand van de lichtbron ten opzichten van het object bepaalt de licht intensiteit.

Dit is niet waarin de huidige natuurkunde wetten in voorzien. Als ik op mijn leeftijd nog zou kunnen promoveren, dan is dat op het verschil aan te tonen tussen direct en indirect reflecterend licht.

Deeltjes en Golven.

Natuurkunde versie 2.0
In de natuurkunde tot 2017 gingen we er vanuit dat dat het elektromagnetisch spectrum is opgebouwd uit golven. Bij een golf verplaatst er geen materiaal in onze richting. Net als bij het touw in de natuurkunde les, loopt de golf over het touw. Het touw zelf blijft waar hij is. In de natuurkunde praten we over lopende golven, golven en trillingen. Tot 2017 gingen we er vanuit dat de golf verplaatst met de snelheid van 300.000 kilometer in 1 seconde.

Direct licht (deeltjes):

Deeltjes zijn elektrisch geladen, hebben massa en bevatten energie. Eigenlijk is dit wat Einstein onderzocht toen hij het elektromagnetisch spectrum uitwerkte. In natuurlijke vorm komt straling voor wanneer materiaal uiteen valt. Dit proces kunnen we versnellen door verbranding. Het resultaat is dat deeltjes vrijkomen met 300.000 kilometer per 1 seconde. Bij deze snelheid is de kracht welke de protonen en elektronen het materiaal bij elkaar hield, overwonnen en komen deze vrij als elektromagnetische straling. Deze straling wordt zichtbaar wanneer deze ergens tegenaan botsen. Tijdens de botsing komt de opgeslagen energie in de vorm van van licht en warmte vrij. Deeltjes kunnen zich als golf verplaatsen. Deeltjes gedragen zich alsof het massa bevatten. Zo zijn ze onderhevig van zwaartekracht en kunnen afbuigen in een magnetische veld. Een vast gegeven bij straling (warmte, licht, radio) is dat de sterkte halveert wanneer de afstand verdubbelt.

Indirect licht (golfen):

Wanneer de theorie van golfen zou kloppen, zoals uitgelegd met bijvoorbeeld een touw tijdens de natuurkunde les, dan moet dit wel betrekking hebben op indirect reflecterende licht. Voor alles wat zichtbaar is maar uit zichzelf geen licht, gelden andere natuurkundige wetten. Zo is er geen sprake van een snelheid, maar we nemen dit waar zonder vertraging. Zowel op korte afstand, maar ook op grootst denkbare afstand, zien we met onze ogen wat op dat moment gaande is. De beelden van indirect licht, hebben geen massa of energie. Vandaar dat ik persoonlijk een probleem heb met de theorie van golven. Zelf denk ik dat onze ogen in staat zijn de trilling van licht waar te nemen, zonder dat er spraken is van een golf. Een vast gegeven is het verschil met de deeltjes. Bij reflecterend licht halveert de intentietijd nooit, wanneer de afstand wordt verdubbeld.

Met deze nieuw interpretatie kunnen we met een ander ook naar het heelal kijken. Lichtbronnen zijn de sterren om ons heen. Op een donkere heldere nacht verlichten deze sterren ver van ons toch onze planeet. We spreken dan van deeltjes. Deze deeltjes zijn vele jaren onderweg geweest om hier te komen. Maar wanneer we met een telescoop naar een ster kijken en met bijvoorbeeld met een stuk zwart karton de heldere ster afschermen. Dan kunnen we in dat zelfde zonnestelsel mogelijk een planeten zien, die om deze ster draaien. Deze reflectie van licht geeft ons een direct beeld van de werkelijkheid .

Leuk grapje, maar in theorie zou je naar iemand kunnen zwaaien zonder vertraging. Ook al staat die 10 lichtjaren bij jou vandaan.